Toen mijn moeder Henny een winkel in Kotten (buurtschap van Winterswijk) had was een plastic tas niet zo normaal in ons leven als het nu is. Al is die plastic tas gelukkig ook aan het verdwijnen en heeft bijna iedereen die een winkel of beurs bezoekt een eigen tas bij zich die niet voor eenmalig gebruik is.
Maar toen Henny de winkel had was het heel normaal dat je gekochte spullen keurig ingepakt kreeg in papier. Eerst waren dit overals en werkboeken voor de boeren, dusters voor de dames, ondergoed met en zonder pijpen, maar ook lange onderbroeken, panty’s Icolon sokkengaren, later werd dat Neveda en Nomotta (SMC) garens, stramien om te borduren en toen ja toen kwam de plastic tas.
Zo had zij haar eigen papier laten drukken. Onder de toonbank een hangend ding waar je met zijn tweeën de rol in een “apparaat” moest hangen waarnaar het papier af kon rollen door eraan te trekken en af kon scheuren. Helaas zijn er geen foto’s van maar u kunt zich er vast iets bij voorstellen. In Kotten kwam het plastic tijdperk eerder dan dat de papieren rollen inpakpapier op waren. De tijd heeft ons toen al ingehaald.
Wat doe je met dat papier. Opslaan, verhuizen en nu staat er een rol bij mij op zolder. Ideaal patroon tekenpapier. Al menig trui en sjaal op uitgetekend.
Grappig dat adres. Wij woonden toentertijd in de buurschap Kotten bij Winterswijk. Ons telefoonnummer bestond toen uit drie cijfers. Heel Winterswijk en omstreken kon ons bereiken met die drie cijfers. We telden toen nog niet tot 10……. En straatnamen hadden we er ook niet. Wij hadden huisnummer 171, terwijl de buren tegenover ons 120 hadden de buren naast ons 170 en daarnaast weer 123. Gelukkig kende je elkaar bij naam als iemand de weg vroeg of bij huisnaam. Nee ons huis heeft nooit een naam meer gehad. Nieuwbouw in 1975.
Huisnaam, ook zo iets. Mijn moeder was de dochter van Hendrik Steggeman. Opa geboren op het huis Steggeman, opa trouwde en bouwde een nieuw huis, bleef Stegge Hendrik en mijn moeder is de dochter van Stegge Hendrik. Ook al heette ze als meisje, Henny Kuenen.
Ja zo ging dat toen in een buurtschap. Dus eigenlijk dat huisnummer op het inpakpapier was overbodig. En nu kunnen we eindeloos door ontwerpen op een stukje nostalgische inpakpapier c.q. tekenpapier.
Als we een trui of sjaal willen breien waarvan de trui niet rechthoekig is, dan tekenen we een model op ware grootte. Dus een trui met vleermuismouwen, dan knip je die eerst van papier en dan brei je net zo groot als je patroon.
Garen abrikoos gemeleerd (strepen die het meest kleuren en de bol abrikoos) The Dutch Wool Diva
Beetje slecht te zien maar ik maak dan berekeningen en aantekeningen op het papier. En natuurlijk de omtrek van in dit geval een bestaand kledingstuk dat ik na brei.

















